Omgevingsvisie Eindhoven: gaan we definitief de lucht in?

3

Het is de gemeente menens als het om hoogbouwplannen in centrum gaat, er komt een ‘mammoettanker’ op ons af.
Let op: Op woensdag 11 december in De Cyklist (voorheen de Velosoof, Gasfabriek 3, Eindhoven) op het NRE terrein, aanvang 20.00 uur. Tijdens deze bijeenkomst worden de diverse plannen besproken en is er gelegenheid tot gedachtenuitwisseling en verkrijgen van informatie. (zie ook agenda van deze webplek) Het is dan ‘pasta-avond’ en u kunt dus van tevoren een hapje eten bij De Cyklist. www.cyklist.nl

Op 20 november kwam een klein beetje Eindhoven bijeen om te luisteren en spreken over de omgevingsvisie. In onze omgeving blijft niets hetzelfde, het enige dat blijft is de verandering, zou de zeer korte samenvatting van deze meeting kunnen zijn, een bijeenkomst met wethouder Yasin Torunoglu, gemeente-commicatieman Hans van Amersfoort en vijf op vier barkrukken gezeten ambtelijke tijgers, die een verbluffend jargon over het mondige publiek uitstortte. Een avond vol wijkgevoel, maatwerkoplossingen, gebiedsopgaven, groenstedelijke wensen, noodzakelijke schaalsprongen, deelambities, sturing op kwaliteit en meer schitterende termen die in een sketch van Koot en Bie het uitstekend zouden doen. Want waar gaat het allemaal om, kunt u het nog volgen?

Een mammoettanker in aantocht
Wat zijn de feiten, wat komt er voor een mammoettanker op ons af en wie zit aan het roer? Een plan dat het hele aanzien van Eindhoven ingrijpend zal veranderen en dan vooral het centrum, waar maar 800 mensen schijnen te wonen. In de plannen blijkt Villapark ‘gepromoveerd’ tot centrum, van een unieke historische wijk worden wij dus transitiewijk. De bevolking blijft oorverdovend stil, we lijken het ons amper voor te stellen… Dubai aan de Dommel, met Winy Maas aan het roer.

De bal ligt nu echt bij ons Villaparkers en omgeving, het is twee voor twaalf. Het was daarom goed dat het kleine clubje mensen dat in Igluu naar de uiteenzetting van de gemeente luisterde van zich liet horen. De gemeente is bezig een lange termijnvisie ‘uit te rollen’ en ‘de bevolking daar bij te betrekken’. Dat betekent niet dat de bevolking het voor het zeggen heeft. Dat zou ook niet werkbaar zijn. Wij moeten de stadsbeslissingen voor een groot deel overlaten aan deskundigen in de gemeente. Het is wel zaak deze ‘omgevingsvisie’ op de voet te volgen en de feiten zo goed mogelijk boven tafel te krijgen. Want een zestig pagina’s tellend rapport vol ambtelijk jargon, braaftaal en selectief bijeen gebrachte feiten en meningen is niet iets om kritiekloos voor kennisgeving aan te nemen.

Wat is het plan en wat lost het op?
Gaat deze ongekende hoogbouw (denk aan flats van 160 meter hoog, tweemaal zo hoog als wat we nu al hebben in het centrum) de woonproblemen oplossen, woonruimte bieden voor uiteenlopende groepen, voor een verbetering van het leefklimaat zorgen, in deze stad die qua luchtverontreiniging tot de meest vuile steden van Nederland behoort? Zouden die woningen, gebouwd volgens het peperdure stramien van extreme hoogbouw, nog betaalbaar zijn? En als ze vooral bedoeld zijn voor de bewoners met de dikke portefeuille, willen die daar wonen als ze hun auto een kilometer verderop kunnen ophalen? Zou een gemeente zonder geld in staat zijn het daarbij horende OV drastisch te verbeteren en kans zien onze binnenstad te vergroenen met zo veel steen om ons heen?

Eindhoven is leeggezogen door het gedecentraliseerde zorgbeleid van de landelijke overheid. Het geld moet dus vanuit Brainport komen, de bedrijven en vastgoedontwikkelaars. Zij hebben vast ambitieuze plannen. De vraag is of de gewone burger van Eindhoven daarin nog voorkomt. Nog even en we hebben een binnenstad vol gigantische pakken melk, waar de tocht ons om de broekspijpen giert, we de parasols kunnen afschaffen (schaduw genoeg) en we er rustig een paar graadjes bij kunnen denken in de zomer met zoveel steen om ons heen.

De barricades op?
Hoe met al deze ontwikkelingen om te gaan, is de vraag. Betekent dit nu dat we met zijn allen de barricades op moeten en het stadhuis bestormen, dat we de gemeente moeten uitmaken voor ‘misdadigers’ of ‘volksverlakkers’, zoals gebeurde bij de meeting in Igluu?

Nee, dat is in mijn ogen niet de weg. Waar we alleen maar oog hebben voor onrecht en wantrouwen onder elke ontmoeting met de stad ligt, waar we protesteren en niet meer naar elkaar luisteren, verliezen we aan oplossingsmogelijkheden. Wij moeten er samen met de gemeente uitkomen. Geen scheldkanonnades dus maar goede vragen stellen, niet van alles gaan roepen, maar feiten checken, doorvragen, onderzoek doen.

Actief worden
De gemeente biedt ons nog allerlei kansen om onze zienswijze in te dienen of een gesprek aan te gaan. www.eindhoven.nl/zienswijze of bel Els Cortooms 06-18348434. Doe dat vóór 19 december. Er zijn nog steeds mogelijkheden je beter te laten informeren en je vragen te stellen. Langer wachten is geen optie, wij moeten nu reageren en wakker worden. Een mammoettanker op de juiste koers krijgen vraagt stuurmenskunst.
Jan van Speijk zei in 1831 al: ‘…dan liever de lucht in’. We weten hoe dat afliep. Niet best.

Lucas Asselbergs

Lucas Asselbergs, voorzitter comité HoogbouwNRE,
Nachtegaallaan 18 – 06 2280 4578‬
Wilt u op de hoogte blijven, stuur een mail naar hoogbouwnre@gmail.com

Kijk ook op: openeindhoven.nl
Of: eindhoven.nl/projecten/overige-projecten/verdichtingsvisie-binnenstad
En voor de kritische noten:
ed.nl/opinie/dubai-aan-de-dommel~aafe5d3a/
ed.nl/opinie/binnenstad-eindhoven-overgeleverd-aan-vastgoedbedrijven~a2c44f89/
ed.nl/eindhoven/eindhoven-wil-hogere-torens-ook-bij-hema-vend-kanaal-en-heuvel~a15d6a7b/

DELEN

3 REACTIES

  1. Lucas, prima initiatief om met gelijk gestemden een eenduidig geluid te laten horen. Daarvoor bij elkaar komen, kan ik alleen maar toejuichen. Ik ben er voor mij zelf nog niet uit, of ik nou voor of tegen ben. Ik deel om die reden ook de opmerling van Dirk (hiervoor) dat t initiatief niet moet klinken alsof de gehele buurt voor of tegen is. Indien je wel op die trommel wil kunnen slaan, stel ik voor dat je een daarvoor nodige enquete houdt.

    Rest me nog op te merken dat ik het zeer waardeer indien buurtgenoten zich inzetten voor het belang van hen en anderen in de buurt. Dat is al heel waardevol.

    Huub

  2. ‘Woontorens zijn het antwoord van luie architecten’ (ook gepubliceerd in het ED)

    Als we Winny Maas c.s. moeten geloven zijn ‘woontorens’ de panacee voor alle kwalen van de binnenstad van Eindhoven. Klopt dat, is de vraag ? Joks Janssen was de eerste die twijfel zaaide toen hij onmiddellijk na de bekendmaking van de voorstellen van Maas een artikel uit het Belgische tijdschrift Knack van Jan Gehl op twitter plaatste met als titel: ‘woontorens zijn het antwoord van luie architecten op hoge bevolkingsdichtheid’. Die eerste klap was een daalder waard, maar daarna bleef het oorverdovend stil. Een polemiek voeren is on-Eindhovens, zeker als de overheid de afzender is. De keuze voor woontorens wordt vanuit de hoek van stedenbouwers veelal beredeneerd vanuit de behoefte aan (1) verdichting en (2) (hoog)stedelijkheid.

    Laat ik met de wens om een hogere dichtheid beginnen. De lage dichtheid in het centrum van Eindhoven is een gevolg van allerlei naoorlogse plannen, allemaal gemaakt door Rotterdamse stedenbouwers, waarin de voorkeur aan niet-woonfuncties, zoals werken en retail, gegeven werd. In combinatie met de decennialange sloopwoede (de naoorlogse gemeentebesturen hebben meer gesloopt dan drie bombardementen gezamenlijk) heeft dat geresulteerd in een ontvolking van de binnenstad. Ik ben er al decennialang een groot voorstander dat we de toenemende vraag naar woonruimte zoveel mogelijk oplossen binnen het bestaand stedelijk gebied. Grootschalige stadsuitbreidingen à la VINEX zijn niet (meer) van deze tijd: ze nemen veel ruimte in beslag, gaan ten koste van de landschappelijke kwaliteit en zijn, in termen van infrastructuur, extreem kostbaar. Met andere woorden: verdichting is dé opgave. Voorstanders van hoogbouw willen ons doen ‘geloven’ dat torens per definitie voor de hoogste dichtheid zorgen, maar in menig rapport over hoogbouw lezen we dat als gevolg van de ruimte die hoogbouw vereist voor ‘zon, wind en groen’ er nauwelijks hogere dichtheden dan met traditionele bouwvormen wordt bereikt (zie onder meer het rapport ‘Een studie naar Nederlandse hoogbouwconjunctuur’, van de Stichting Hoogbouw’). In een artikel van Daan Zandbelt (‘Citius, altius, fortius: mythes over hoogbouw’), naar aanleiding van onderzoek in opdracht van de Stichting Hoogbouw, las ik dat de (plat)voet van de Montevideo in Rotterdam, tot voor kort de hoogste woontoren van Nederland, meer ruimte inneemt als de toren zelf. De auteur concludeert: ‘Zou je de toren op de laagbouw leggen, dan ontstaat een veel lager gebouw. Met hetzelfde volume en dezelfde voetprint heb je een lager gebouw’. Hard bewijs leveren de klassieke Europese (hoofd)steden. De Parijse binnenstad is één van de dichtst bebouwde gebieden ter wereld (22.000 inwoners /km2), maar bestaat vrijwel geheel uit bebouwing van 5 à 6 lagen. De dichtstbevolkte km2 in Europa is het Cerdà grid in Barcelona, een gewaardeerde stadsuitbreiding, 5 a 6 woonlagen hoog, met 53.000 inwoners (15.000 per km2). Het wordt pas anders indien een nieuw afgebakend gebied, zoals Dubai, voor 100% als hoogbouwmilieu wordt ontwikkeld, maar dat soort gebieden hebben wij in Europa (gelukkig) niet.

    Het tweede cluster argumenten ter onderbouwing van woontorens is: hoogbouw bevordert ‘de stedelijkheid’. Dit is regelrechte kletskoek, waarvoor elk empirisch bewijs ontbreekt. Dat gebrek aan empirisch bewijs wordt veelal gecompenseerd met maquettes van piepschuim die vanuit een ‘birds-eye perspective’ bestuurders enthousiast moeten maken voor het grote gebaar. Eerder is het tegenovergestelde het geval. Marlies de Nijs, winnaar van de MCD-scriptieprijs, heeft de levendigheid onderzocht van 108 woontorens hoger dan 65 m. die gebouwd zijn in de periode 2004-2015. Haar conclusie: slechts 20% van de 108 hoge gebouwen heeft een plint die zowel functioneel als architectonisch een. bijdrage leveren aan een levendig straatbeeld. Die conclusie is niet zo vreemd als je naar de kwaliteit van de openbare ruimte rondom de Admirant, de Regent en de Vesteda toren kijkt. Elke invulling van de plint aldaar is, mede vanwege de geringe verblijfskwaliteit, reddeloos verloren. Om die reden noemt Jan Gehl woontorens ‘domme dichtheid’. Maar de prealabele vraag is of het centrum van Eindhoven überhaupt op deze (fysieke) vorm van stedelijkheid zit te wachten. In dat kader wil ik teruggaan naar de studie van Urban Affairs en Urban Scape uit 2008. Zij constateren dat de sterkte van de stad (Brainport-regio) niet zozeer het ‘stedelijk klimaat’ of de ‘kapitale landschappen’ zijn, maar het ‘kleinschalige dorps-stedelijke netwerk’. Zij zijn vooral enthousiast over ‘de paradoxale combinatie van een langzame, landelijke thuiswereld en een snel generiek netwerk’. Tegen die achtergrond kwamen ze tot de kwalificatie: ‘Eindhoven Supervillage’, daarmee de ‘doordeweekse woonkwaliteit’ tot uitdrukking brengend, die in het weekend of in de vakantietijd kan worden afgewisseld met ‘meer exotische bestemmingen’, waaronder enkele grotere steden (bijvoorbeeld Amsterdam, Brussel, Dusseldorf) en landschappen buiten de regio (de Veluwe, de Hoge Venen). Die ‘doordeweekse’ kwaliteit is precies de reden, denk ik, dat zoveel gezinnen uit India neerstrijken in de regio, vooral in Meerhoven. De VINEX wijk Meerhoven is bij uitstek de illustratie van dat ‘doordeweekse’. Maar tegelijkertijd heb ik in mijn lezing tijdens het Symposium van het ‘Creativity World Forum’ gedurende de DDW 2019 geopperd dat die ‘doordeweekse’ kwaliteit op de langere termijn wel eens onvoldoende kan zijn om jonge talenten, brandstof voor de nieuwe economie, wereldwijd aan te kunnen blijven trekken. Om die reden is een versterking van het (hoog)stedelijk milieu uitermate wenselijk. Maar het is een tragisch misverstand te veronderstellen dat door Groot-Eindhoven te transformeren in een klein-Rotterdam dat doel bereikt wordt. Stedelijkheid is niet het resultaat van grootschalige fysieke ingrepen. Het meest recente EU-onderzoek naar ‘the ideal cultural & creative city’ laat dat messcherp zien. Voor het onderdeel ‘Intellectual property and innovation’, de verdienste van de high tech sector, scoort Eindhoven 92 punten van de 100. Maar op het onderdeel ‘cultural venues & facilities’ is dat 15 van de 100. Meer stedelijkheid vereist eenvoudigweg hogere investeringen in de culturele sector: 20 a 25 miljoen subsidie op een begroting van 886 miljoen (ca. 2.5 a 3%) is te karig. Daar komt bij dat die torens van Maas niet bereikbaar en betaalbaar zijn voor het jonge talent. Nu al ligt de huurprijs van appartementen in de hoogbouw dik boven de 1000 euro per maand.

    Wanneer we in Eindhoven een hogere dichtheid in de bestaande stad willen realiseren, dan doen we er verstandiger de ruimte voor de (auto) mobiliteit een tweede leven te geven, bijvoorbeeld door het hoogspoor ondergronds te leggen en de Fellenoord te transformeren in een gemengd stedelijk gebied. Daar kunnen minimaal 30.000 menen wonen. Dat zet voor de lange termijn zoden aan de dijk. Steden als Wenen en Zurich laten zien dat ‘affordabele housing’ van 5 a 6 bouwlagen uitstekend gebouwd kan worden door coöperaties van bewoners, woningcorporaties en/of door de gemeente zelf. Bijkomstig voordeel is dat de vastgoedwaarde dan niet aan private (buitenlandse) investeerders wordt uitgedeeld, maar binnen de stadsmuren blijft. En dat is een uitermate belangrijke voorwaarde voor de verbetering van Quality of Life voor de langere termijn.

    Thom Aussems – aussemsthom@gmail.com
    Eindhoven, 17 november 2019

  3. Het klinkt een beetje alsof heel Villapark tegen is. Persoonlijk vind ik het wel een mooie ontwikkeling, dus wat mij betreft mogen die torens er wel komen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.